Nazi van de Maand: Seyss-Inquart

Ein treuer Diener seines Herrn: Arthur Seyss-Inquart

Thomas Smits – Het is 1961: de Duitser en Japanners hebben de oorlog gewonnen en de wereld verdeeld. Martin Bormann, die na de gedwongen opname van Hitler in een gesticht de leiding van het Derde Rijk heeft overgenomen, ligt op zijn sterfbed. De NSDAP en de SS voeren een bittere machtsstrijd. In de sombere ‘iffie-history’ The Man in the High Castle (1962) van de Amerikaanse auteur Phillip K. Dick – wiens dystopische boeken onder andere aan de basis staan van Blade Runner (1982) en Minority Report (2002) – is een bijrol weggelegd voor Arthur Seyss-Inquart: in het boek minister van Buitenlandse Zaken van het Derde Rijk en tijdens de oorlog de hoogste nazi in ‘de bezette Nederlandse gebieden’. Hoe komt onze nazi van de maand in een literaire SF-roman terecht?

Seyss-Inquart, of ‘Zes-en-een-kwart’ zoals de Nederlanders hem tijdens de oorlog noemen, wordt in 1892 als Artur Zajtich in het stadje Stonařov – in het huidige Tsjechië – geboren. In 1907 verhuist het gezin naar Wenen waar de vader van Zajtich zijn naam in het meer Duits klinkende Seyss-Inquart verandert. De slimme Arthur – tijdens de processen Neurenberg blijkt dat hij een IQ van 141 heeft – studeert rechten en wordt advocaat. Mede door zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog sluit Seyss-Inquart zich begin jaren dertig aan bij de Oostenrijkse tak van de NSDAP.

Hoewel Seyss-Inquart in deze partij een rol achter de coulissen lijkt te spelen, blijven zijn ‘talenten’ niet onopgemerkt. Zowel Adolf Hitler als verschillende Oostenrijkse politici zien Seyss-Inquart als een ‘nette’ man, die tussen de schreeuwerige Oostenrijkse Nazi partij en het establishment kan bemiddelen. In 1938 wordt hij dan ook benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet van Kurt Schuschnigg. Wanneer Schuschnigg in maart van hetzelfde jaar niet wil instemmen met de zogenaamde Anschluss – de facto de annexering van Oostenrijk door Duitsland – eist Hitler woedend dat Schuschnigg aftreedt en Seyss-Inquart benoemd wordt tot bondskanselier. Op 12 maart 1938 laat Seyss-Inquart zien waar zijn loyaliteiten liggen en stuurt hij Hitler een telegram waarin hij vraagt om bescherming door Duitse troepen. De Anschluss is een feit en Oostenrijk wordt een provincie van het Duizendjarige Rijk.

De benoeming van Seyss-Inquart in 1940 tot Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete wordt door velen als een degradatie beschouwd. Hitler ziet hem echter als de ‘juiste persoon op de juiste plaats’. Volgens hem zijn de Nederlanders – wegens hun ‘stamverwantschap’ – namelijk wel tot het nationaalsocialisme te bekeren. De nette nationaalsocialist Seyss-Inquart is de missionaris die het geloof aan de man moet brengen. In zijn toespraken in Nederland beklemtoont de Reichskommissar keer op keer de gemeenschappelijke lotsbestemming van het Nederlandse en Duitse volk. Hij stelt zich deze lotsbestemming – of Schicksal in het Duits – voor als een menselijk wezen met bovennatuurlijke krachten De katholiek opgevoede Seyss-Inquart refereert hier niet aan God: Hitler is de schaakspeler die de pionnen verzet.
De boodschap van Seyss-Inquart over de gemeenschappelijke lotsbestemming van het Nederlandse en Duitse volk lijkt niet aan te slaan. Hij merkt dit onder meer door de minachting die vele Nederlanders voor Anton Mussert koesteren. De Februaristaking van 1941 is voor Seyss-Inquart het bewijs dat de Nederlanders niet te overtuigen zijn. Het initiële ‘massagebeleid’ van de Reichskommissar slaat vanaf dan ook snel om in harde repressie.

Daarnaast werkt Seyss-Inquart volop mee aan te Jodenvervolging. De competitiestrijd tussen verschillende civiele Duitse bestuursorganen, zoals de NSDAP van Seyss-Inquart en de Höherer SS-und Polizeiführer Hanns Rauter , wordt door verschillende historici gezien als belangrijke oorzaak voor het hoge percentage afgevoerde Nederlandse Joden. Ze wijzen erop dat lokale bestuurders vaak uit eigen initiatief zoveel mogelijk ‘towards Hitler’ probeerden te werken en dat de onderlinge competitie tussen verschillende bestuursorganen hierbij een escalerende werking heeft gehad.

Aan de andere kant lijkt de anti-nazistische houding van de Nederlanders niet in te houden dat ze zich bekommeren om het lot van hun Joodse landgenoten. In Frankrijk en België gaan de anti-Joodse maatregelen met tamelijk veel maatschappelijke onrust gepaard. Het aantal ‘te deporteren’ Joden wordt hier dan ook naar beneden bijgesteld. In Nederland wordt er – na het ontbreken van grootschalig verzet – juist besloten om meer Joden te deporteren.

‘Zes-en-een-kwart’ is de enige ‘Nederlandse’ nazi die na de oorlog in Neurenberg ter dood veroordeeld wordt. Tijdens het proces voert hij als verdediging op dat hij regelmatig bij Himmler geprotesteerd heeft tegen de Jodenvervolging. Het is echter zeer onwaarschijnlijk dat hij principiële bezwaren tegen de vernietiging van de Europese Joden had. Hitler was in ieder geval zeer tevreden over het werk van zijn ‘pion’ in Nederland. In het testament dat hij opstelt in de laatste dagen van zijn leven benoemt hij Seyss-Inquart zelfs tot minister van Buitenlandse Zaken, de rol die hij ook in The Man in the High Castle speelt. Zou Artur Zajtich raar opgekeken hebben als je hem in 1907 zou vertellen dat hij vijfenvijftig jaar later een personage in een Amerikaanse SF-roman zou worden? Waarschijnlijk niet. De wegen van das Schicksal zijn ondoorgrondelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s