Geloof het of niet-special (maart 2018)

De digitale versie van de maart 2018 editie van Eindeloos. Met als thema religie! Lees alles over vreemde heiligen, brandstapels, sensuele gebakjes en reliekenvereringen!

Advertenties

JWSN-Prijs

WhatsApp Image 2017-04-04 at 22.36.57Hulde aan Sophie Koole! Zij won dit jaar de gerenommeerde Jan-Willem-Schulte-Nordholt-prijs. Eindeloos reikt elk jaar deze prijs uit aan het best geschreven populairwetenschappelijke artikel voor het vak Inleiding in de Geschiedenis II. Sophie schreef een vlammend stuk over de vrouwelijke kampbewaarders in de concentratiekampen, een verhaal over wreedheden die gender ontstijgen…

Op de tiende editie van het JWSN-gala was de spanning zoals van ouds weer om te snijden. Na roerige juryberaden ging de tweede prijs naar Lukas Kooistra, terwijl Rosa Sikkes er met brons vandoor ging.

Lees Sophie’s artikel in het nieuwe aprilnummer, volgende week in de schappen van het P.C. Hoofthuis en het Bushuis!

 

Het kaf en het koren: alle geschiedenismasters in 2015 selectief

Hannah van der Bles – Vanaf september 2014 zijn universiteiten niet meer verplicht een zogenaamde ‘doorstroommaster’ aan te bieden. Dit is een master waar de enige toegangseis, in ons geval, een bachelor geschiedenis is. Denk hierbij aan de master Geschiedenis, Militaire geschiedenis of Amerikanistiek. Het staat universiteiten volgend jaar dus vrij deze masters selectief te maken en er ingangseisen aan te verbinden. Het gevolg? ‘Slechte’ studenten kunnen buiten de boot vallen. Eindeloos vindt het kwalijk dat er over deze ingrijpende maatregel nog niet bericht is binnen de faculteit. Want de vraag hoe de universiteiten nu daadwerkelijk gaan veranderen, is tot nu toe onbeantwoord gebleven. Hans van Rossum, Hoofd onderwijs van de afdeling Geschiedenis, vertelt meer.

“Vooropgesteld staat nog niets vast over de aanpak van het nieuwe masterbeleid aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Wel staat vast dat alle masters geschiedenis selectief zullen worden. Het is bestuurlijk gezien onmogelijk om het beleid in 2014 al te wijzingen en door te voeren: veranderingen zullen dus ingaan in het studiejaar 2015-2016.” Maar Van Rossum heeft wel zijn ideeën over de oplossing die universiteiten zullen bieden. “ Om te zorgen dat er ook masters blijven bestaan waar iedereen met de juiste bachelor zich voor in kan schrijven, zullen de colleges van bestuur van de verschillende Nederlandse universiteiten rond de tafel gaan zitten. Ze willen zorgen dat elke masteropleiding landelijk  ieder geval één master aanbiedt waar iedereen met de juiste bachelor wordt toegelaten. Dit kan uitdraaien op een potje kwartetten, waarin masters uitgewisseld worden. Zo houdt elke faculteit minimaal één niet-selectieve master over.” Dit wordt in de wandelgangen nu al ‘het afvoerputje’ genoemd: hier gaan de slechte studenten heen.

Binnen de opleiding Geschiedenis heerst onder sommige docenten al langer het idee dat meer masters selectief moeten worden. “De master Militaire geschiedenis draait bijvoorbeeld op twee bijzonder hoogleraren. Om toch een vol programma aan te bieden, worden er extra docenten ingehuurd. Hetzelfde geldt voor American Studies en Holocaust Studies. De toestroom van studenten kan dan te groot zijn voor het aantal wat de masteropleiding in kwestie eigenlijk aankan. Ook is het bij een vrije aanmelding lang onzeker hoeveel studenten uiteindelijk de master zullen volgen. Bij een vrije aanmelding kan het zijn dat een aantal studenten zich bedenken, toch een andere master gaan doen of hun bachelor niet halen. Zo kan het zijn dat er nog een tweede werkgroep ingericht moet worden: iets wat moeilijk haalbaar is met de kleine bezetting aan docenten en daarbij veel geld kost..” Kortom, door een master selectief te maken kun je de groep en zo ook de kosten inperken.

Hoe de selectie eruit zal zien, is ook nog niet duidelijk. Hier kan gekeken worden naar cijfergemiddelde, studieduur en motivatie. Van Rossums persoonlijke opvatting is dat een 7 gemiddeld wellicht vrij hoog is. “Vaak kunnen studenten met een gemiddelde van een 6,5 zo’n master net zo goed volgen.” Selectie bij een master heeft volgens Van Rossum een groot voordeel: “Studenten die jaren over hun bachelor doen en uiteindelijk met hakken over de sloot hun diploma halen, vallen dan af. Vaak is het voor hen toch beter om na hun bachelor meteen te gaan werken. Bachelors en masters worden vaak als één opleiding gezien, terwijl het eigenlijk twee opleidingen zijn. Vandaar dat bijna alle studenten kiezen voor een master: iets wat niet per se nodig is.”

Maar wat zijn de gevolgen voor de student? Niets staat nog vast, dus dit is moeilijk te overzien. Wel zijn er enkele scenario’s mogelijk. Wanneer jij een vlijtige student bent met een redelijk cijfergemiddelde en niet al te veel uitloop, zit je waarschijnlijk wel goed. Maar wat als je al 5 jaar over je bachelor doet of gemiddeld een 6 staat? Dan is er een grote kans dat je niet toegelaten wordt tot een master in Amsterdam. Het zou er dan op uit kunnen draaien dat je voor een Master Geschiedenis gedoemd bent naar Groningen of Nijmegen te gaan. Vervolgens heb je een master gevolgd die ‘een afvoerputje’ wordt genoemd: wát een boost voor je cv. Een ander gevaar is dat de selectie te streng wordt, waardoor een grotere groep studenten alleen zijn bachelor behaalt: tegenwoordig ook geen goede binnenkomer op de arbeidsmarkt. Daarbij is het vreemd dat de afdeling Geschiedenis het behalen van haar eigen bachelor niet goed genoeg meer acht voor een master. Is het doorstaan van de bachelorperiode immers niet het bewijs dat je de studie aan kan? Eindeloos ziet de te nemen besluiten met argwaan tegemoet.

Na het zoet, nu het zuur

De zwarte canon van de Nederlandse geschiedenis 

Hugo van Doornum – De vaderlandse geschiedenis had een moment van glorie in 2006. Balkenende sprak over ‘de VOC-mentaliteit’, Marijnissen en Verhagen dienden een motie in voor het Nationaal Historisch Museum en de commissie Van Oostrom presenteerde de historische canon, als een ‘uiting van onze culturele identiteit’. Toen Maxima een jaar later de Nederlandse identiteit in z’n geheel als non-idee bestempelde, was de geest helemaal uit de fles. Wat was ‘onze’ Nederlandse geschiedenis?

Een zwarte Canon.
Een zwarte Canon.

Na eindeloos gesoebat over deze vraag onder zowel politici als historici zijn de plannen voor een NHM definitief door de shredder gehaald. De canon van Nederland kent daarentegen meer succes en maakt sinds 2010 zelfs officieel deel uit van de ‘kerndoelen’ van het lager en middelbaar onderwijs. Als onmiskenbare reactie op die vermeende identiteitscrisis van de jaren 2000, is de canon vooral een Nederlandse zelf-felicitatie geworden; slechts de slavernij en Srebrenica zijn vervelende smetjes op onze fiere nationale historie. Historicus Chris van der Heijden pleit daarom deze week in de Groene Amsterdammer voor een zwarte canon: ‘een formele erkenning van de donkere bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis.’    Lees verder “Na het zoet, nu het zuur”

Nazi van de Maand: Seyss-Inquart

Ein treuer Diener seines Herrn: Arthur Seyss-Inquart

Thomas Smits – Het is 1961: de Duitser en Japanners hebben de oorlog gewonnen en de wereld verdeeld. Martin Bormann, die na de gedwongen opname van Hitler in een gesticht de leiding van het Derde Rijk heeft overgenomen, ligt op zijn sterfbed. De NSDAP en de SS voeren een bittere machtsstrijd. In de sombere ‘iffie-history’ The Man in the High Castle (1962) van de Amerikaanse auteur Phillip K. Dick – wiens dystopische boeken onder andere aan de basis staan van Blade Runner (1982) en Minority Report (2002) – is een bijrol weggelegd voor Arthur Seyss-Inquart: in het boek minister van Buitenlandse Zaken van het Derde Rijk en tijdens de oorlog de hoogste nazi in ‘de bezette Nederlandse gebieden’. Hoe komt onze nazi van de maand in een literaire SF-roman terecht?

Seyss-Inquart, of ‘Zes-en-een-kwart’ zoals de Nederlanders hem tijdens de oorlog noemen, wordt in 1892 als Artur Zajtich in het stadje Stonařov – in het huidige Tsjechië – geboren. In 1907 verhuist het gezin naar Wenen waar de vader van Zajtich zijn naam in het meer Duits klinkende Seyss-Inquart verandert. De slimme Arthur – tijdens de processen Neurenberg blijkt dat hij een IQ van 141 heeft – studeert rechten en wordt advocaat. Mede door zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog sluit Seyss-Inquart zich begin jaren dertig aan bij de Oostenrijkse tak van de NSDAP.
Lees verder “Nazi van de Maand: Seyss-Inquart”

Fernand Braudel de beste historicus

Maar wie bepaalt dat? 

Fernand Braudel
Fernand Braudel

Juliëtte van den Hil Fernand Braudel (1902-1985) is door de lezers van het Britse geschiedenistijdschrift History Today verkozen tot de beste historicus van de afgelopen zestig jaar. Braudel is bekend als een van de belangrijkste vertegenwoordiger van de Annales-school, waarvan hij de belangrijkste principes uiteenzette in zijn magnum epos La Méditerranée. Hierin onderscheidde hij drie lagen binnen de geschiedenis. De eerste is de geografische laag of de longue durée, waarin veranderingen op een heel langzaam tempo plaatsvinden. De tweede laag is die van de socio-economische veranderingen en pas in de derde laag, zo meent Braudel, vinden we de historische gebeurtenissen zelf terug. 

Zoals dat gaat bij verkiezingen, kwam er direct na de bekendmaking kritiek op de ranglijst. De kritiek ging niet specifiek uit naar Braudel – wier invloed niet wordt onderschat – maar wel naar de samenstelling van de overige winnaars: zo hadden slechts zevenhonderd lezers gestemd, de top 12 bestond op Braudel na volledig uit Britten en slechts enkele vrouwen hadden de shortlist gehaald, waarvan geen enkele op de definitieve lijst terecht was gekomen. History Today verweerde zich vervolgens door te stellen dat er de afgelopen vijftig jaar gewoon weinig vrouwelijke historici waren, en dat dit de komende zestig jaar wel zal veranderen.  Lees verder “Fernand Braudel de beste historicus”

Nazi van de Maand: Lord Haw-Haw

De propagandist

Thomas Smits – “Germany calling, Germany calling’, zo begint William Joyce zijn Engelstalige radioprogramma tijdens de oorlog. Elke week luisteren zes tot achttien miljoen Britten en Amerikanen naar zijn radioprogramma. Verzet tegen het Derde Rijk is volgens Lord Haw-Haw – een bijnaam die William Joyce door zijn uitgesproken Engelse accent krijgt –volkomen nutteloos; het nazisme is de enige ideologie die de Westerse wereld tegen het Judeo-Bolsjewisme kan beschermen. Deze maand aandacht voor de propagandist die lang bekend zou staan als het prototype landverrader: William Joyce.

Het leven van Joyce voor de oorlog leest als een fascistische avonturenroman. Nadat hij de eerste negen jaren van zijn leven in New York heeft doorgebracht verhuist hij in 1915 naar Ierland. Al snel raakt Joyce – een strenggelovig christen – betrokken bij de antirevolutionaire acties van de Black and Tans, een verband van Engelse Eerste Wereldoorlogveteranen die bekend staan om hun bloedige aanslagen op de Ierse bevolking. In 1921 – wanneer Joyce pas vijftien jaar oud is – pleegt de Irish Republican Armyeen aanslag op zijn leven waar hij ternauwernood aan ontsnapt. Joyce verhuist hierop met zijn ouders naar Londen. Ook in de Engelse hoofdstad raakt hij betrokken bij verschillende ultraconservatieve bewegingen. Op een bijeenkomst van de conservatieve partij in 1924 wordt Joyce aangevallen met een scheermes. Hij houdt er een permanent litteken van zijn oorlel tot aan zijn mondhoek aan over.       Lees verder “Nazi van de Maand: Lord Haw-Haw”