De Cock en de dictator in het Amstel Hotel

De zaak Pinochet: nobele strijd voor rechtvaardigheid of onwenselijke inmenging?

Stephanie Blom – De mededeling dat de nobele kunst der geschiedschrijving en de juridische wetenschap elkanders wegen zo nu en dan kruisen zal voor de student geschiedenis nauwelijks als een verassing komen. Enige kennis van het verleden is voor een goed jurist onontbeerlijk, en ook een historicus ontkomt er niet aan om zich zo nu en dan te verdiepen in de rechtswetenschap. De casus Nederland versus Augusto Pinochet, onderwerp van dit epistel, vormt een prachtig voorbeeld van de interessante verstrengeling van beide disciplines.

 Voor een goed begrip van de hier aan bod komende kwestie is enige historische achtergrond vereist. Op 11 september 1973 werd in Chili het democratisch gekozen socialistische regime van president Salvador Allende omver geworpen door een coup d’état onder leiding van Augusto Pinochet. Naar later bleek, werd deze hoogst controversiële staatsgreep gesteund door de Amerikaanse CIA, welke in het kader van de Koude Oorlog over de gehele wereld antisocialistische regimes in het zadel hielp. In december 1974 werd Pinochet door de militaire junta bij decreet benoemd tot de nieuwe president van het land. Vanaf het moment van zijn aantreden voerde Pinochet een wrede strijd om zijn politieke opponenten de mond te snoeren. Bij deze campagne kwamen volgens het Rettig Rapport, het onderzoek van de Nationale Commissie voor Waarheid en Verzoening van Chili, tussen de 2800 en 3200 dissidenten om het leven, werden circa 80.000 tegenstanders zonder proces geïnterneerd en rond de 30.000 mensen gemarteld. Na een termijn van 16 jaar besloot Pinochet in 1990 op vreedzame wijze af te treden nadat het volk zich in een door hem uitgevaardigd referendum tegen een voortzetting van zijn presidentschap had uitgesproken. Wel bleef de man aan als opperbevelhebber van het Chileense leger en nam hij zitting in de Senaat. Na zijn vertrek gingen geluiden op om de verantwoordelijken van de grootschalige mensenrechtenschendingen, Pinochet voorop, juridisch en maatschappelijk ter verantwoording te roepen. Echter, de regering van de oud-dictator had in 1978 een beruchte amnestiewet aangenomen welke betrekking had op alle politiek geïnspireerde misdaden die tussen 1973 en 1978 waren begaan. De centrum-linkse regeringen die na zijn aftreden aan het bewind kwamen hebben tot op heden weinig aanstalten gemaakt om deze wet definitief te herroepen.

 

Op 27 mei 1994 werd Pinochet door een Nederlandse zakenman in het Amstel Hotel in Amsterdam gesignaleerd. De Chileen was op doorreis naar Praag waar een wapendeal voor het Chileense leger beklonken zou worden. De waakzame burger schakelde Amnesty International in, welke vervolgens de Nederlandse autoriteiten alarmeerde. Gezien het hoge bureaucratische gehalte van ons ambtelijk apparaat, is het weinig verrassend dat de oud-dictator gevlogen bleek toen politietroepen het hotel binnenstapten om hem te aan te houden en over te dragen aan het Openbaar Ministerie.

 Het verhaal laat zich lezen als een slechte actiethriller, maar roept desondanks een aantal interessante vragen op. Is het aan andere, vaak westerse, staten om de wil van het volk dat kwaad werd aangedaan aan de kant te schuiven ten bate van ‘een betere en rechtvaardigere wereld’? Is dit geen niet te legitimeren schending van de soevereiniteit van de betreffende staat waar het om draait? Valt een dergelijke ingreep te bestempelen als een vorm van juridisch imperialisme of als een legitiem middel in de, overigens nobele, strijd voor wereldwijde rechtvaardigheid?

 Het Nederlandse voornemen tot arrestatie en vervolging van de oud-dictator werd gelegitimeerd door een beroep op het principe van een universele jurisdictie. Het is lastig om niet in juridisch jargon te vervallen, maar bij het hanteren van dit beginsel wordt er vanuit gegaan dat bepaalde misdrijven (misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden etc.) zo ernstig zijn dat zij de mensheid als geheel treffen. Op basis van de ernst van deze daden kan elk land ter wereld juridisch optreden tegen dit soort delicten, ook al is de te vervolgen persoon geen onderdaan van de vervolgende staat en heeft het misdrijf niet op bodem van het optredende land plaatsgevonden, zoals bij de rechtelijke aanpak van ‘normale’ misdaden vereist is. Het principe van universele jurisdictie overstijgt in de redenering van de Nederlandse staat in deze de soevereiniteit van Chili en haar amnestiewet.

 Ook Spanje heeft zich de afgelopen jaren bezig gehouden met de opsporing en vervolging van Zuid-Amerikaanse oorlogsmisdadigers, met name van hen die deel uitmaakten van het regime van de Argentijnse dictator Jorge Videla, en uiteindelijk ook met de zaak-Pinochet. In het geval van Spanje valt dit ingrijpen nog enigszins te rechtvaardigen, omdat ook Spaanse onderdanen het slachtoffer waren van de Vuile Oorlog in Argentinië en de militaire junta van Chili. Nederland en het Nederlandse volk hadden echter niets te maken met de wandaden van Augusto Pinochet, maar probeerden zich desondanks op te werpen als nobele voorvechters van mondiale gerechtigheid.

 Het aannemen of in stand houden van een wet die strafrechtelijke immuniteit voor de daders van bepaalde misdrijven met zich meebrengt, is een van de vele manieren waarop een volk dat geleden heeft kan omgaan met haar verleden. Hieruit spreekt de wens om het verleden te laten rusten en de blik op de toekomst te richten. Eenzelfde soort mechanisme zagen we in het Spanje van na de Spaanse Burgeroorlog. Het is niet aan andere staten, zeker niet aan de staten die met de wandaden waarop de amnestiewet betrekking heeft niets te maken hadden, om in dit proces van transitional justice te interveniëren op basis van een strijd voor wereldwijde gerechtigheid. Een dergelijke actie zou immers het gekozen transitieproces kunnen verstoren en is bovendien een schending van de in het Westen alom gehuldigde staatssoevereiniteit. Door critici werden de pogingen van Europese landen om Pinochet in rechte ter verantwoording te roepen dan ook afgedaan als een vorm van juridisch imperialisme. De Chilenen hebben er nooit voor gekozen om Pinochet te berechten, terwijl zij wel bij machte waren om tot een dergelijke vervolging over te gaan, en die keuze was aan hen. Gelukkig is de wereld sinds 2002 een mooiere plek door de totstandkoming van een supranationale, onpartijdige instantie die de vervolging van de meest grove misdrijven voor haar rekening neemt: het Internationaal Strafhof in Den Haag. In samenwerking met staten die te lijden hebben gehad onder genocidale conflicten, en zelf niet bij machte zijn om een dergelijke grootschalige procedure op zich te nemen, wordt besloten of wel of niet tot vervolging van de verantwoordelijken wordt overgegaan. Wanneer staten rechtssystemen hebben die naar behoren functioneren, of besluiten om tot een andere vorm van verzoening over te gaan, wordt de zaak op nationaal niveau afgehandeld. Hiermee zijn de bemoeizuchtige inspanningen van staten als Nederland in de zaak-Pinochet, godzijdank, grotendeels uitgebannen.

Augusto Pinochet stierf op 10 december 2006, de Internationale Dag voor de Mensenrechten, te Santiago de Chile. Hij zou nooit veroordeeld worden voor de misdaden die begaan werden onder zijn regime.

2 gedachten over “De Cock en de dictator in het Amstel Hotel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s