Interview Christopher Browning

In een combined effort hebben oud-Skriptredacteur Jan Julia Zurné en onze eigen Thomas Pieter Smits voor het Historische Nieuwsblad de vermaarde historicus Christopher Browning geïnterviewd. Het interview met de Holocaustdeskundige is hier te lezen. Een voorproefje:

‘Ik probeer te omschrijven in welke situatie mensen zich bevonden, hoe ze deze beleefden en waarom ze deden wat ze deden. Daarnaast kijkt een historicus naar het verleden met de kennis van achteraf. Ik probeer me in te leven in de situatie waarin mensen verkeerden, maar vel ook een kritisch oordeel over hun daden. Je moet empathie hebben, maar geen sympathie.’

Advertentie

Herinneringen aan Herman

Bob van Toor – Na een loopbaan van vierenveertig jaar is de bron aan Beliën-anekdotes natuurlijk onuitputtelijk. Eindeloos vroeg Hans Goedkoop en Beerd Beukenhorst, die beiden het geluk hadden ooit pupil bij Beliën  te zijn, naar hun herinneringen.

– Beerd Beukenhorst

Het is grappig om hem mee te hebben gemaakt als student, en later als docent samen colleges te geven. Als student vraag je je soms af of hij het allemaal verzint, en als docent kwam ik er achter dat dat dus inderdaad zo is. De ene keer bereidt hij iets heel goed voor, dan improviseert hij weer ter plekke een heel college. Hij heeft een aantal standaard verhalen en formuleringen waar hij in zo’n geval op terug kan vallen, vooral als de improvisatie een beetje mis gaat. Dan stuurt hij bijvoorbeeld aan op het socialisme, ook als het college daar aanvankelijk niet over ging, en komt dan via ‘het vieze vierletterige woord’, Marx, uit bij de interpretaties van Freud. Dat verhaal heb ik gehoord bij wetenschapsfilosofie, maar ook bij Major Issues in American History – het vak maakte niet zo veel uit.

Ondanks dat er veel op hem is gemopperd, ook door studenten, raakt de faculteit met Herman een speciaal type docent kwijt. Een soort docent die zijn eigen ruimte neemt, en niet binnen de lijntjes kleurt. Het maakt hem niets uit als zijn methode studenten niet bevalt. Vroeger dacht ik daarom dat hij studenten vooral als een publiek zag, waar hij verder totaal geen feeling mee had, maar dat klopt niet. Als je met hem samenwerkt zie je dat hij juist zeer betrokken is en het beste in studenten naar voren wil halen, althans, uit een aantal. Bijvoorbeeld door altijd alle papers van een werkgroep persoonlijk in een gesprek door te nemen, en niet via zo’n mailtje. Hoewel dat misschien ook komt omdat hij nog met twee vingers typt.

Doorgaan met het lezen van “Herinneringen aan Herman”

Afscheidsinterview Herman Beliën

‘Bij reizen en kleine werkgroepen was ik op mijn menselijkst’ – Herman Beliën blikt terug op vierenveertig jaar aan de UvA

Clara van de Wiel – Het kost enige moeite Herman Beliën zover te krijgen zich nog eenmaal te laten interviewen. Eigenlijk is alles onderhand wel een keer gezegd, zo voert hij zelf aan. Na het nodige aandringen -en een verrassingsaanval op het terras van Scheltema- gaat hij echter overstag en mag Eindeloos langskomen op zijn kamer aan de Spuistraat 134. En gelukkig maar, want het volgend jaar zal het een stuk moeilijker worden om Herman Beliën in het wild te treffen aan de faculteit. De geliefde en gevreesde, gevierde en verguisde docent Nieuwste Geschiedenis en Amerikanistiek gaat binnenkort met pensioen, en dit speciale Herman Beliën Zomernummer van Eindeloos is natuurlijk niet compleet zonder een terugblik van de Schoolmeester des Vaderlands zelf.

De opleiding geschiedenis is na vierenveertig jaar bijna ondenkbaar geworden zonder uw aanwezigheid. Hoe bent u hier destijds verzeild geraakt?

‘Toen ik in 1964 kwam studeren waren er welgeteld achttien eerstejaars geschiedenis, tegen wie meteen werd gezegd dat ze sowieso geen werk zouden vinden. Dat kon mij natuurlijk niks schelen en eigenlijk wilde ik het liefst leraar worden in Barneveld of iets dergelijks. Maar al tijdens mijn studie werd ik door hoogleraar Oude Geschiedenis Bram Breebaart gevraagd of ik zijn kandidaatsassistent wilde worden. Ik moest daar zelf maar zo’n beetje verzinnen wat ik zou gaan doen, en aangezien de boeken van Oude Geschiedenis op dat ogenblik op volslagen onoverzichtelijke manier gesorteerd waren op datum van binnenkomst ben ik ze maar eens op onderwerp neer gaan zetten. In die boeken staat nu trouwens nog steeds in mijn handschrift het nummer dat ik ze heb gegeven genoteerd. Dat was in dat doodverlaten gebouw van Oude Geschiedenis aan de Weesperzijde en het meest sensationele dat ik daar ooit heb meegemaakt is dat er met een enorme knal een tram rechtdoor de gevel van het naastgelegen pand in was gereden. Bij ons was helaas niks stuk, maar dat was wel zo’n beetje het hoogtepunt van mijn assistentschap. Toen ik afstudeerde in 1969 was het aantal eerstejaars plotseling gegroeid naar tachtig en moest er natuurlijk personeel komen. En aangezien ik toch al leraar wilde worden heb ik het maar gedaan, toen ze me in dat jaar vroegen docent bij Oude Geschiedenis te worden.”

Doorgaan met het lezen van “Afscheidsinterview Herman Beliën”

‘Niet alleen linkse mensen vinden Wilders vulgair: dat vind ik ook!’

Een gesprek met lachende conservatief Ronald Havenaar over zijn politieke schotschrift

Thomas Smits & Clara van de Wiel- In het maatschappelijke debat over de positie van Wilders mengen zich maar weinig academici. Wanneer het gaat om bezuinigingen op kunst en onderwijs puilen opiniebijlagen uit met bijdragen van niet de minsten uit de wetenschappelijke wereld. Wat betreft kritiek op de kernpunten uit de ideologie van Wilders blijft het opvallend stil.  Afgelopen week verscheen van de hand van Ronald Havenaar echter Te licht bevonden: over PVV-ideoloog Martin Bosma.

In dit ‘schotschrift’ maakt de UvA-historicus korte metten met de argumenten die het PVV-kamerlid opvoert in zijn boek De schijn-élite van de valse munters. Wat bracht Havenaar, naar eigen zeggen een lachende conservatief met een pessimistisch wereldbeeld, ertoe het genoemde pamflet te publiceren? Eindeloos sprak met hem over Jacques de Kadt, soixante-huitards en hoofddoekjes.

E: Martin Bosma schrijft in zijn reactie op uw stuk in het NRC/Handelsblad van 18 februari j.l. dat hij het ‘niet grappig’ vindt. Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar wat was voor u  de aanleiding over te gaan tot het schrijven van uw schotschrift?

RH: Vooral de manier waarop Bosma Jacques de Kadt binnenhaalt. De Kadt is niet alleen het onderwerp geweest van mijn proefschrift, maar ook iemand die ik al meer dan veertig jaar bewonder. De wijze waarop hij door Bosma wordt misbruikt stuitte mij heftig tegen de borst. Maar ook de manier waarop hij de islam als totalitaire ideologie en gematigde moslims als onbenullig neerzet, stoorde mij hevig.

 

Doorgaan met het lezen van “‘Niet alleen linkse mensen vinden Wilders vulgair: dat vind ik ook!’”

Historica Inger Schaap over haar boek Sluipmoordenaars

Joris Belgers – Inger Schaap (26) rondde anderhalf jaar geleden cum-laude de master Holocaust- en Genocide studies af. Haar afstudeerscriptie vormde de basis voor het twee weken geleden verschenen Sluipmoordenaars: de Silbertanne-moorden in Nederland 1943-1944. Het boek vertelt de niet eerder beschreven geschiedenis van de Silbertanne Aktion, een geheime operatie uitgevoerd door Nederlandse SS’ers als vergeldingsactie van verzetsaanslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Inger Schaap was gedurende haar studententijd niet alleen penningmeester van Kleio en faculteitsvereniging ALPHA en secretaris bij ASVA, ook heeft ze een tijdje als hoofdredacteur de Eindeloos boven water gehouden.

Doorgaan met het lezen van “Historica Inger Schaap over haar boek Sluipmoordenaars”

Wyger Velema over hoogleraarschap, studenten en toekomstplannen

‘Met die vier lettertjes voor je naam luisteren mensen iets beter naar je’

Maria  Veder – Wyger Velema mag zich sinds kort bijzonder hoogleraar Geschiedtheorie en geschiedenis van de geschiedschrijving noemen. Sinds zijn promotie bij professor John Pocock in de Verenigde Staten op Nederlandse politieke theorieën in de achttiende eeuw, heeft Velema (1955) zijn onderzoek op dit gebied voortgezet in eigen land. Na Enlightenment and Conservatism in the Dutch Republic: The Political Thought of Elie Luzac (1721-1796) en Republicans: Essays on Eighteenth-Century Dutch Political Thought vormde zijn oratie eind vorig jaar, over het gebruik van de klassieke oudheid door Nederlandse politici in de achttiende eeuw, een mooi vervolg zowel als een nieuwe basis voor zijn onderwijs als hoogleraar. Want het is juist het lesgeven dat Velema, maar vooral ook zijn studenten, zeer waarderen.

Wyger Velema heeft zijn kamer op de zevende verdieping van het P.C. Hoofthuis.  Zijn uitzicht bestaat uit de bovenste verdiepingen van de Magna Plaza, met in één van de ramen een mannelijke paspop. ‘Die staat er al een tijdje’ vertelt Velema, ‘vroeger was daar nog een hotel, toen was het pas echt lachen’.

Doorgaan met het lezen van “Wyger Velema over hoogleraarschap, studenten en toekomstplannen”