De bestemming van een walvis

Vivian - walvisvaart Abraham StorckDoor: Vivian Lieberom

Dappere mannen die zich met z’n allen op een walvis storten in een ijskoude zee. Het is een beeld dat tussen de zeventiende en negentiende eeuw op veel doeken is geschilderd. De schilderijen hebben de werkelijkheid misschien wat overdreven, maar helemaal mythisch was de walvisvaart niet. Het was een avontuurlijk en gevaarlijk beroep, waarbij jagers op gammele bootjes handmatig met een harpoen walvissen te lijf gingen. Tegenwoordig worden harpoenen met enorme kracht afgeschoten en zijn de vangschepen zo gebouwd dat ze niet meer worden meegetrokken door vluchtende walvissen. Welke landen waren vroeger betrokken bij de walvisvaart? En wat leverden de walvissen eigenlijk op?

Hoewel er al tot 6000 jaar voor christus wereldwijd op walvissen werd gejaagd, waren de Basken de eersten die om commerciële redenen jaagden. In de Middeleeuwen exporteerden ze walvisvlees en blubber, de dikke isolerende laag vet onder de huid, naar andere Europese gebieden. Begin zeventiende eeuw trokken de mogelijkheden van commerciële walvisvaart ook de aandacht van de Hollanders en Engelsen. Al snel concurreerden Europese handelsorganisaties om vangstgebieden. In Nederland werd in 1614 de op walvisvaart gerichte Noordsche Compagnie opgericht. De Barentszzee werd het voornaamste walvisvangstgebied van de Compagnie. Er kwamen traankokerijen op Spitsbergen, dat een kleine twintig jaar eerder was ontdekt door Willem Barentsz. De walvisjacht was echter dramatisch voor de populatie van de dieren. Sommige soorten, zoals de Groenlandse walvis, werden bijna uitgeroeid. De expedities werden steeds vruchtelozer en al rond 1670 moest de Noordsche Compagnie op zoek naar nieuwe vangstgebieden. De Nederlanders verloren zo al snel hun positie in de walvishandel.   

Het was een avontuurlijk en gevaarlijk beroep, waarbij jagers op gammele bootjes handmatig met een harpoen walvissen te lijf gingen

Het belangrijkste product dat de walvissen opleverden was traan. Deze walvisolie werd verkregen door het uitkoken van blubber en werd tot ver in de negentiende eeuw gebruikt als lampolie, in margarine en bij het maken van zeep. Traan was zeker niet het enige dat de walvissen opleverden. Het vlees werd gegeten, vooral in traditionele walvisvaartlanden zoals Noorwegen, IJsland en Japan. Walschot of spermaceti, de olie die potvissen in hun kop bewaren, werd verwerkt in cosmetica en in luxe kaarsen. Baleinen zijn de tandachtige ‘vangnetten’ waarmee baleinwalvissen plankton opvangen als ze hun mond open doen en dit elastische materiaal kon onder hitte in allerlei vormen worden geperst. In een tijd waarin nog geen plastic bestond leende balein zich uitstekend voor het verstevigen van de geraamtes van hoepelrokken, de boorden van overhemden, korsetten en paraplu’s. 

De walvisvaart bleef in Europa niet lang een interessante sector, maar aan de andere kant van de Atlantische oceaan was er in Amerika een enorme walvisvaartindustrie ontstaan. New England was al sinds de zeventiende eeuw actief in de commerciële jacht en in de negentiende eeuw was de walvissector in de Verenigde Staten uitgegroeid tot ’s werelds allergrootste. New Bedford in Massachusetts werd het walviscentrum van de wereld. Wereldwijd waren er in de jaren 1840 meer dan 700 vangschepen en voor 400 daarvan was New Bedford de thuishaven. De Amerikanen jaagden anders dan de Europese walvisvaarders niet in de noordelijke Atlantische wateren, maar in de Grote Oceaan. Door het succes werd walvisvaart, ondanks de gevaren, vooral avontuurlijk. De klassieker Moby-Dick (1851), geschreven door walvisvaarder Herman Melville, droeg bij aan dat imago. Maar zelfs de Amerikaanse walvisindustrie kwam uiteindelijk ook tot een einde. Halverwege de negentiende eeuw werd er een manier gevonden om aardolie te winnen en de vraag naar traan werd een stuk minder. Dit betekende echter niet dat het wereldwijd was afgelopen met de jacht op walvissen. 

New England was al sinds de zeventiende eeuw actief in de commerciële jacht en in de negentiende eeuw was de walvissector in de Verenigde Staten uitgegroeid tot ’s werelds allergrootste

Omdat de oceanen internationaal gebied waren en de hoeveelheid walvissen te snel afnam, staken de landen van de Volkenbond in 1925 voor het eerst de koppen bij elkaar om afspraken te maken. In 1982 besloot de Internationale Walvisvaartcommissie dat commerciële jacht vanaf 1986 verboden zou zijn. Er werd echter een uitzondering gemaakt voor volkeren die afhankelijk zijn van de walvisvaart, zoals de Inuit. Jagen met wetenschappelijke doeleinden werd ook nog toegestaan, een regeling waar Japan lang misbruik van heeft gemaakt. In werkelijkheid eten Japanners graag walvisvlees en willen ze niet van de walvisvaarttraditie afstappen. Dit jaar heeft Japan zelfs besloten de commerciële walvisvaart te hervatten voor eigen consumptie. Behalve Japan negeren Noorwegen en IJsland het verbod ook. Dus zo kan het dat er ondanks het verbod in 1986 nog 30.000 walvissen zijn gedood.

Uit: Eindeloos jaargang 23 (2019-2020), nr. 1

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s