De FSR over 8-8-4

Juliëtte van den Hil – De Facultaire Studentenraad  (FSR) komt op voor de belangen van studenten van de faculteit der Geesteswetenschappen. In die hoedanigheid adviseren en informeren ze het faculteitsbestuur omtrent zaken die het onderwijs betreffen; bijvoorbeeld over de kwaliteit van het onderwijs of de mogelijkheid tot herkansing. De invoering van 8-8-4, die zeer ingrijpende gevolgen heeft voor het onderwijs op de faculteit, wordt daarom door de raad ook nauwlettend in het oog gehouden. Eindeloos sprak met Esther Crabbendam, voorzitter van de FSR, over de pijnpunten van het nieuwe systeem, de manier waarop de FSR in samenwerking met de faculteit de negatieve gevolgen voor studenten probeert te beperken en de merites van 8-8-4 op zich.

Ook Esther benadrukt dat de invoering van 8-8-4 op zich ook positieve dingen met zich heeft meegebracht. Opleidingen werden gedwongen op deze manier kritisch naar zichzelf te kijken en kregen zo ook de ruimte om punten te verbeteren. Dat uit zich bij Geschiedenis bijvoorbeeld in de herinvoering van de stage: zo krijgen studenten wier opleiding niet tot een specifiek beroep opleidt, de kans om richting te geven aan hun verdere loopbaan.

De grootste problemen liggen voor de FSR op dit moment dan ook niet bij 8-8-4 zelf, maar bij de overgangsregeling voor studenten die al voor september 2012 met de opleiding waren begonnen. Esther kaart een aantal punten aan die de FSR steeds weer te horen krijgt: “Het heeft vorig jaar erg geschort aan adequate voorlichting, waardoor veel studenten nu tegen problemen aanlopen waar ze eigenlijk op dit moment weinig meer aan kunnen doen.” Als mogelijke verklaring hiervoor geeft ze aan dat de faculteit zich tot op het laatste moment tegen de invoering van 8-8-4 heeft verzet. Toen bleek dat de plannen toch door zouden gaan, was de faculteit daar niet goed op voorbereid. Tot ver in het tweede semester van 2011-2012 was daarom ook onduidelijk of er een overgangsregeling moest komen en hoe deze zou worden vormgegeven.

Mede hierdoor waren studenten niet voorbereid op de veranderingen die 8-8-4 inhoudelijk met zich mee zou brengen. Veel van de klachten die bij de FSR binnenkomen, zijn gericht tegen de veel hogere studielast. “Studenten moeten nu in sommige gevallen stof die voorheen over 14 weken was verspreid, in slechts 7 weken tot zich nemen. Dat is voor nieuwe studenten geen probleem, maar voor studenten die aan een bepaald ritme gewend zijn, is het behoorlijk omschakelen. Zeker omdat studenten van deze faculteit vaak zeer ambitieus zijn: ze doen er een tweede studie naast, volgen extra keuzevakken en proberen alles uit hun studie te halen. Voorheen kon dat ook goed, maar met deze verhoogde studiedruk is het vrijwel onmogelijk – iets waar studenten helaas nu pas achter komen.”

Een schrijnend voorbeeld hiervan is de situatie in blok 3, waar eerder in deze special al over werd gesproken. De studielast voor een vak in blok 3 bedraagt 42 uur per week voor een zespuntsvak. “Meer dan één vak volgen kan dus niet,” vervolgt Esther. Veel studenten waren hier niet van op de hoogte en hebben zich voor twee of zelfs drie vakken ingeschreven à la 126 uur per week. Het derde blok wordt door het faculteitsbestuur dan ook beschouwd als de echte test voor 8-8-4.

 

De rol van de FSR

De FSR wil hier echter – terecht –  niet op wachten. De term ‘verloren generatie’ valt een paar keer. “Als we na het derde blok constateren dat dit systeem niet werkt, is het voor een grote groep studenten al te laat,” zegt Esther. “We proberen het faculteitsbestuur ervan te doordringen dat deze problemen urgent zijn en nu moeten worden aangepakt. De afschaffing van de afstudeerboete geeft weliswaar wat lucht, maar het kan niet zo zijn dat studenten bijvoorbeeld een halfjaar extra collegegeld moeten betalen omdat de overgang van het oude systeem naar 8-8-4 hun studieschema in de war heeft geschopt.”

In haar vergaderingen met het faculteitsbestuur heeft de raad dan ook al een aantal praktische problemen onder de aandacht gebracht, waaronder de herkansingsregeling. “Binnen 8-8-4 is de herkansing voor het eerste blok in de tentamenweek van het tweede blok, die van het tweede blok in het derde blok en de vakken van het derde blok zijn niet-herkansbaar,” legt Esther uit. “Daarmee loop je het risico dat studenten hun tentamens gaan doorschuiven wegens gebrek aan tijd en vervolgens in het derde blok zichzelf tegenkomen.” Om deze problemen in kaart te brengen is het meldpunt 8-8-4 opgericht, waar studenten met hun klachten terecht kunnen.

Naast haar gewone taken levert de FSR ook een lid aan de pas opgerichte monitorgroep 8-8-4, die verder bestaat uit beleidsmedewerkers van de faculteit. Zij bespreken onder andere de evaluaties die dertig studenten iedere maand invullen over de ervaren studielast[ER1]  en waarin zij problemen aankaarten die naar voren zijn gekomen. Tevens zal er na het derde blok een grootschalige evaluatie worden uitgevoerd om de ervaringen van het eerste semester te verwerken. “De faculteit is dus bezig om de problemen aan te pakken, dat staat buiten kijf. Ze moeten alleen beseffen dat het wel snel moet gebeuren om te voorkomen dat een hele groep studenten buiten de boot valt. Daar hoopt de FSR aan bij te dragen.”

 

8-8-4: Geschiedenis in een bèta-keurslijf?

Met het eerste semester nog niet eens achter de rug, kan ook de FSR nog geen echte uitspraak doen over de merites van het systeem op zich. Opvallend is wel dat de raad constateert dat veel van de argumenten voor de invoering van 8-8-4 op de faculteit inmiddels achterhaald zijn. “Een belangrijke motor achter de faculteitsbrede invoering van 8-8-4 was gelijkschakeling met de VU, waardoor de samenwerking makkelijker gemaakt zou kunnen worden. Nu is de UvA echter naar 8-8-4 overgegaan terwijl de VU een heel ander systeem hanteert.” Ook moest het eenvoudiger worden om binnen de UvA vakken aan een andere faculteit te volgen. “Heel soms volgt een bèta-student een minor aan deze faculteit, maar dat is zeldzaam. Andersom gebeurt het vrijwel nooit; als geesteswetenschapper mis je gewoon de voorkennis om bijvoorbeeld even een bijvak astronomie te doen. Het is vreemd dat dit dan toch als reden werd gegeven om de FGw in het stramien van de bèta-opleidingen te dwingen.”

Daarmee raken we aan een trend die helaas steeds sterker opkomt en die ook de FSR met lede ogen aanziet: het achterstellen van de geesteswetenschappen ten faveure van de bèta-opleidingen. “De universiteiten moeten zich steeds meer profileren. Alle Nederlandse universiteiten hebben daarbij gekozen voor een bèta-profiel, ook de UvA. Van de door de UvA geformuleerde onderzoeks-‘zwaartepunten’ waar meer subsidie naar toegaat, vijftien in totaal, is er een met moeite van toepassing op de geesteswetenschappen. De faculteit zou zich daar sterker tegen moeten verzetten dan ze tot nu toe doet.”

Het is wellicht nog te vroeg om te zeggen of 8-8-4 hier een direct gevolg van is, maar het is goed mogelijk dat de faculteit zich met de invoering ervan aan een zeker risico blootstelt. De geesteswetenschappen en met name Geschiedenis hebben als studies immers een heel eigen karakter. Als 8-8-4 daaraan tornt, dan moet de faculteit haar conclusies trekken. Esther: “We moeten voorkomen dat een opleiding als Geschiedenis langs de bèta-meetlat wordt gelegd.” En daar is Eindeloos het hartgrondig mee eens.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s