Maandelijks archief: mei 2011

Herinneringen aan Herman

Bob van Toor – Na een loopbaan van vierenveertig jaar is de bron aan Beliën-anekdotes natuurlijk onuitputtelijk. Eindeloos vroeg Hans Goedkoop en Beerd Beukenhorst, die beiden het geluk hadden ooit pupil bij Beliën  te zijn, naar hun herinneringen.

– Beerd Beukenhorst

Het is grappig om hem mee te hebben gemaakt als student, en later als docent samen colleges te geven. Als student vraag je je soms af of hij het allemaal verzint, en als docent kwam ik er achter dat dat dus inderdaad zo is. De ene keer bereidt hij iets heel goed voor, dan improviseert hij weer ter plekke een heel college. Hij heeft een aantal standaard verhalen en formuleringen waar hij in zo’n geval op terug kan vallen, vooral als de improvisatie een beetje mis gaat. Dan stuurt hij bijvoorbeeld aan op het socialisme, ook als het college daar aanvankelijk niet over ging, en komt dan via ‘het vieze vierletterige woord’, Marx, uit bij de interpretaties van Freud. Dat verhaal heb ik gehoord bij wetenschapsfilosofie, maar ook bij Major Issues in American History – het vak maakte niet zo veel uit.

Ondanks dat er veel op hem is gemopperd, ook door studenten, raakt de faculteit met Herman een speciaal type docent kwijt. Een soort docent die zijn eigen ruimte neemt, en niet binnen de lijntjes kleurt. Het maakt hem niets uit als zijn methode studenten niet bevalt. Vroeger dacht ik daarom dat hij studenten vooral als een publiek zag, waar hij verder totaal geen feeling mee had, maar dat klopt niet. Als je met hem samenwerkt zie je dat hij juist zeer betrokken is en het beste in studenten naar voren wil halen, althans, uit een aantal. Bijvoorbeeld door altijd alle papers van een werkgroep persoonlijk in een gesprek door te nemen, en niet via zo’n mailtje. Hoewel dat misschien ook komt omdat hij nog met twee vingers typt.

Lees verder

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Achtergrond, interview

Afscheidsinterview Herman Beliën

‘Bij reizen en kleine werkgroepen was ik op mijn menselijkst’ – Herman Beliën blikt terug op vierenveertig jaar aan de UvA

Clara van de Wiel – Het kost enige moeite Herman Beliën zover te krijgen zich nog eenmaal te laten interviewen. Eigenlijk is alles onderhand wel een keer gezegd, zo voert hij zelf aan. Na het nodige aandringen -en een verrassingsaanval op het terras van Scheltema- gaat hij echter overstag en mag Eindeloos langskomen op zijn kamer aan de Spuistraat 134. En gelukkig maar, want het volgend jaar zal het een stuk moeilijker worden om Herman Beliën in het wild te treffen aan de faculteit. De geliefde en gevreesde, gevierde en verguisde docent Nieuwste Geschiedenis en Amerikanistiek gaat binnenkort met pensioen, en dit speciale Herman Beliën Zomernummer van Eindeloos is natuurlijk niet compleet zonder een terugblik van de Schoolmeester des Vaderlands zelf.

De opleiding geschiedenis is na vierenveertig jaar bijna ondenkbaar geworden zonder uw aanwezigheid. Hoe bent u hier destijds verzeild geraakt?

‘Toen ik in 1964 kwam studeren waren er welgeteld achttien eerstejaars geschiedenis, tegen wie meteen werd gezegd dat ze sowieso geen werk zouden vinden. Dat kon mij natuurlijk niks schelen en eigenlijk wilde ik het liefst leraar worden in Barneveld of iets dergelijks. Maar al tijdens mijn studie werd ik door hoogleraar Oude Geschiedenis Bram Breebaart gevraagd of ik zijn kandidaatsassistent wilde worden. Ik moest daar zelf maar zo’n beetje verzinnen wat ik zou gaan doen, en aangezien de boeken van Oude Geschiedenis op dat ogenblik op volslagen onoverzichtelijke manier gesorteerd waren op datum van binnenkomst ben ik ze maar eens op onderwerp neer gaan zetten. In die boeken staat nu trouwens nog steeds in mijn handschrift het nummer dat ik ze heb gegeven genoteerd. Dat was in dat doodverlaten gebouw van Oude Geschiedenis aan de Weesperzijde en het meest sensationele dat ik daar ooit heb meegemaakt is dat er met een enorme knal een tram rechtdoor de gevel van het naastgelegen pand in was gereden. Bij ons was helaas niks stuk, maar dat was wel zo’n beetje het hoogtepunt van mijn assistentschap. Toen ik afstudeerde in 1969 was het aantal eerstejaars plotseling gegroeid naar tachtig en moest er natuurlijk personeel komen. En aangezien ik toch al leraar wilde worden heb ik het maar gedaan, toen ze me in dat jaar vroegen docent bij Oude Geschiedenis te worden.”

Lees verder

2 reacties

Opgeslagen onder interview

De Nazi van de Maand: Erik Dorff

De fictieve nazi

Michael Moriarty als Erik Dorff

Thomas Smits – In de Japanse graphic novel Dies Irae: Also sprach Zarathustra komt een bijzonder personage voor. Met de ‘lans van Longinus’ (een mythisch voorwerp van Hitler en het infame Thulegesellschaft) als wapen duikt Reinhardt Heydrich hier op als karakter in een mangastrip. Het fictionaliseren van belangrijke nationaalsocialisten is een veelvoorkomend fenomeen.

 De meeste gefictionaliseerde verhalen over de Tweede Wereldoorlog behandelen echter geen personages die daadwerkelijke bestaan hebben. In zijn besteller De Welwillenden (2006) voert Jonathan Littell een SS’er op, die zonder scrupules vertelt over zijn aandeel in de ‘Endlösung der Judenfrage’. In een interview stelde Little dat dit ‘perspectief van de beul’ voor velen nog altijd een zwart gat is. Maximilian Aue, de hoofdpersoon van Littell, is het archetype van een nazibeul. De schrijver projecteerde op één nazi alle eigenschappen, die – hoogstwaarschijnlijk – op geen enkele nationaalsocialist die daadwerkelijk geleefd heeft van toepassing zijn. Het romanpersonage van Littell staat hierdoor symbool voor een gehele dadergroep in de Tweede Wereldoorlog. Littell heeft een duidelijk didactisch doel met zijn hoofdpersonage: Aue moet de lezer inzicht geven in de wereld van de meedogenloze nazibeul.

Lees verder

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Achtergrond