The Fighter

De nieuwste toevoeging aan een lange reeks vechtfilms in de filmgeschiedenis: boksfilm of familieportret?

Nathalie Maciesza – Grote, sterke mannen die in de ring staan, vechtend voor een grote prijs, maar vooral voor een beter leven: dat is de formule van een klassieke vechtfilm sinds het begin der cinematijden. Die traditie begon ooit, lang geleden, met ‘City Lights’ van Charlie Chaplin. Niet bepaald een film over een grote, sterke man, maar een zwerver die door middel van een boksgevecht een kans probeert te maken op het hart van zijn liefje. Deze film heeft ons echter  naar mijn mening de mooiste vechtscène in de geschiedenis opgeleverd en als voorbeeld gediend  voor vele boksfilms die erop zijn gevolgd.

De grote klassieker der boksfilms moet zonder twijfel ‘Rocky’ met Sylvester Stallone zijn, hoewel de grote successen ‘Fight Club’ en ‘Million Dollar Baby’ verser in het geheugen staan. Met ‘Fight Club’ zette regisseur David Fincher ons op meesterlijke wijze op het verkeerde been. Een film over een man (Edward Norton, in een geweldige rol) die de slaap niet kan vatten en zich beseft dat zijn leven geen inhoud heeft. Hij ontmoet Tyler Durden (Brad Pitt), een man met een bijzondere en vrije visie op het leven. Samen richten ze een ‘fight club’ op, waar gestresste zakenmannen al hun agressie eruit kunnen gooien en eindelijk iets kunnen voelen. Het effect wordt glorieus bereikt: wij als publiek voelen de bevrijding van de gevechten, begrijpen de levensvisie van Tyler en voelen de kritiek op de McDonald’s en Ikea-maatschappij van tegenwoordig. Maar de regisseur haalt een grap uit, want gedurende de tweede helft van de film komen we erachter dat niet alles is wat het lijkt. Tyler is niet de beloofde verlosser en het hoofdpersonage is niet zo bekeerd als wij denken. Deze film heeft het fenomeen ‘fight club’ met overweldigende overtuigingskracht op de kaart gezet en fysiek geweld als medicijn geintroduceert van de moderne verstomming en paranoia.

‘Million Dollar Baby’ heeft niet zo ingenieus plot als ‘Fight Club’, maar is een echte Eastwood-film in een boksjasje. Een film over barrières die overwonnen worden, vooroordelen die verdwijnen en met personages waar je intense genegenheid voor gaat voelen. Zonder in clichés te vervallen vertelt Eastwood ons over het leven van een vrouwelijke bokser (Hilary Swank) die een zelfstandig leven wil bereiken door te boksen en in training gaat bij de norse trainer Frankie (Clint Eastwood). We zien hier mooi hoe de relatie tussen de hoofdpersonages zich ontwikkelt zonder al te emotioneel in te gaan op hun problematische verleden, en hoe al het succes in één klap de grond in geboord kan worden.

De combinatie van de ambitie en grote inzet van het hoofdpersonage, de pieken en dalen in de bokscompetitie, de working class familie  en de wedstrijden zelf die op de achtergrond staan uit ‘Million Dollar Baby’ zien we nu terug in de nieuwste film van regisseur David O’Russell: ‘The Fighter’.

Christian Bale als Dicky Eklund in The Fighter

De film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van bokser Micky Ward (een rol vertolkt door Mark Wahlberg) uit het kleine Amerikaanse stadje Lowell. Maar meer dan over het boksen, gaat deze film over familiebanden. Zijn oudere broer en trainer Dicky Ecklund (een geval ‘brother from another father’) was een succesvolle bokser die heeft gevochten tegen Sugar Ray, maar nu vooral een gevecht levert tegen zijn crackverslaving. De moeder van de jongens is in haar eigen ogen de drijvende kracht achter het succes van haar zoons. Tegenspraak duldt ze niet, en ze weet het altijd beter. Hierin wordt ze stug bijgestaan door haar zeven dochters, die stuk voor stuk stereotypen zijn van white trash, met jaren tachtig kapsels en bijnamen als ‘Big Red’ en ‘Beaver’, die direct uit een aflevering van ‘Jersey Shore’ lijken te zijn genomen. Als tegenhanger voor de despotische matriarch en haar dochters is er de vriendin van Micky, het barmeisje Charlene (een verrassende rol van Amy Adams). Zij zorgt voor een nieuwe wind in Micky’s leven en haalt zijn carrière uit het slop.

‘The Fighter’ is het grote project van acteur Mark Wahlberg, die de film ook geproduceerd heeft. Jarenlang was hij met medeproducent Darren Aronofsky (nu vooral bekend als regisseur van ‘Black Swan’, maar ook regisseur van boksfilm ‘The Wrestler’ uit 2008) op zoek naar een goede regisseur, maar ook naar een waardige tegenspeler (Matt Damon en Brad Pitt hebben zo de revue gepasseerd). Om zichzelf fit te houden voor de rol, trainde hij al die tijd door. ‘The Fighter’ is uiteindelijk noch de film van O’Russell, noch die van Wahlberg, maar de film van Christian Bale en Melissa Leo geworden, respectievelijk de broer en moeder van Micky Ward. De tour de force die deze acteurs hebben geleverd voor de film schreeuwt om prijzen, want ze hebben werkelijk alles uit de kast gehaald. Melissa Leo weet zeer vaardig te transformeren van lamenterende mama in een keiharde manager, maar is vooral sterk in haar rol als moeder met een gevoel van oppermacht binnen de familie.

Christian Bale is met recht de ster van de film. Enerzijds is hij het toonbeeld van vergane glorie door drugsgebruik, anderzijds zorgt hij naast die dramatische ondertoon voor een komische noot. Briljant is hoe Bale iedere keer als hij zijn moeder hoort aankomen via de achterkant van het huis in een berg met vuilniszakken springt om haar te ontlopen en vervolgens verslagen achter haar aanloopt wanneer zij hem toch betrapt. Ook zet hij prachtig de desillusie neer over de documentaire die over de destructieve gevolgen van zijn drugsgebruik wordt gemaakt: hij houdt stug vol dat ze zijn comeback willen verfilmen. Het zijn zijn gezichtsuitdrukkingen, die door sommige critici ‘overacting’ genoemd worden en het feit dat hij in iedere scène continu in beweging is en zich deze daarmee volledig toe-eigent, die naar mijn mening het bewijs zijn van goed acteerwerk.

Christian Bale heeft zich volledig in zijn rol ingeleefd, mede door aanzienlijk af te vallen. Deze prestatie is hem niet onbekend; dat deed hij ook voor de film ‘The Machinist’ uit 2004  (regie door Brad Andersen), waar Bale een machinewerker in een fabriek speelt die last heeft van ernstige slapeloosheid. Een geniale film, die ons toont hoe werkelijkheid en hallucinatie in elkaar overlopen en waarin pas aan het einde op fascinerende wijze de waarheid aan het licht komt. Bale moest voor deze film 27 kilo kwijtraken: een derde van zijn lichaamsgewicht. Na deze intense inspanning kwam Bale al zijn gewicht weer aan en ontwikkelde hij een indrukwekkende spiermassa voor zijn rol in ‘Batman Begins’ (2005) en ‘The Dark Knight’ (2008), om dit vervolgens allemaal weer te moeten kwijtraken voor zijn rol als crackverslaafde in ‘The Fighter’. De Oscar voor Beste Bijrol is alleen door dit al meer dan verdiend.

Mark Wahlberg als Micky Ward in The Fighter

Zoals bij vele boksfilms die aan ‘The Fighter’ vooraf zijn gegaan is het niet alleen een film over boksen. Pas in de tweede helft van de film zien we een redelijk spannende boksscène uitgewerkt, waarbij ik niet kan ontkennen dat ook ik op het puntje van mijn stoel zat. De film is bovenal een goed verteld verhaal over familiebanden, met alle verknipte en excentrieke familieleden inbegrepen, over wederzijdse afhankelijkheid en over acceptatie. Bovendien heeft de film een zeer fijne soundtrack. Als we hem zo bezien zijn de vele Golden Globes- en Oscarnominaties meer dan terecht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s