Kerstmis: een feest voor debielen

Door Maarten Goethals – Voor eens en voor altijd: de ware toedracht achter kerstmis. Of althans een niet onverdienstelijkste poging. Een persoonlijke reflex over het feest in tijden van splitsing.

Kerstmis. Elk jaar opnieuw – en ik weet maar niet wanneer het zal ophouden – dat gefeest en vertier met schuimwijn en weke, maar veel te heet gebraden, kaassoufflégebakjes die je mondholte verbranden. 25 december, tevens ook de dag waarop ik toevallig jarig ben –ook jaar na jaar. Maar kerstmis zal eeuwig doorgaan, zelfs tot na mijn miezerige dood, die het gevolg zal zijn van een hartaanval of acute luiheid. Dat betekent dat ik tot dan de terreur van de kerstsingles en kerstjingles moet ondergaan. The horror, the horror; opnieuw en opnieuw, op wat voor mij, volgens velen, een heugelijke dag moet zijn.

Maar niet dus. En het ergste: ik kan er niet aan ontsnappen, noch aan de kinderlijke feestvreugde en daardoor noch aan mezelf . Vanaf begin december al begint de gekte rondom: de eerste versieringen, de eerste Kerstmannetjes die buiten aan de gevels hangen, de eerste koopacties. Vanaf dan paradeert de wansmaak, komt die altijd opnieuw als een sluimerende pest te voorschijn, terwijl ik intussen ouder word, en steeds vaster geklonken raak aan de voortschrijdende tijd die nooit meer terugkomt, maar die paradoxaal genoeg tijdens de kerstperiode telkens dezelfde kitscherige vorm aanneemt . Dat verscheurt een mens.

Oud worden, in mijn geval, lijkt zo wel het feest van de publieke stompzinnigheid. Ook iets dat je passief moet ondergaan –en tegenspartelen is publiek geen optie. En wie toch zeurt, wat wild om zich heen slaat en zegt dat iedereen er maar hyperkinetisch op los rukt, is een spelbederver, een kankerlijer op zijn eigen verjaardag. Want, zo luidt het tegenargument, kerstmis is een feest, misschien wel het enige moment dat iedereen in de wereld met elkaar verbonden is.

Kerstmis, de moderne variant van de mythe van Sisyphus. Een Grieks drama –in dit geval: Germaanse kakofonie van kluchterij en metafysische leegte. Zoiets. Elk jaar de steen van de commercie naar boven duwen, als in een zinloos spektakel van brandende ledlampjes en maniëristische muzak. In tegenstelling tot het origineel verhaal van de Griekse halfheld, amuseer ik me niet in mijn lot van kerstekind. Ik vind er geen enkele zin in terug, kan ook niet lachen met de consumptiegoden, want zij lachen mij uit –precies op de dag dat ik mijn bestaan zou moeten vieren. Soms denk ik daarom: ik ben al lang niet meer van deze wereld.

Onlangs vroeg een meisje me geld te doneren voor diegenen die geen thuis hebben tijdens de kerstperiode. Ik antwoordde haar dat ze die mensen maar eens met rust moeten laten met al hun misplaatste en nichterige filantropie. Ze zijn namelijk perfect gelukkig, die sukkelaars, want ze maken geen deel uit van die heisa en dat geinig feestgehinnik. Ze staan buiten de tijd, zijn allesbehalve historisch. En ze verjaren daarom al lang niet meer –toch zeker niet in deze maatschappij.

Neen, ik ben er niet wild van. Want kerstmis, zoals we het nu kennen, is een redelijk recent fenomeen: halve circussen als marktkraampjes, vloekende lichtversiering, diarreemuziek, amicaliteit troef tussen het schorem en kloefkappers op straat… Ergens met de jaren is blijkbaar een grens overschreden, is de sereniteit achterwege gelaten. Want de geboorte van Jezus is niet grappig, niet leuk, fun, dik, vet of chill. Want zijn komst op deze aarde ging niet zonder massaal bloedvergieten. Want mag ik al die feestvierders er toch eventjes aan herinneren dat enkele dagen na zijn geboorte zijn ouders Mariah en Jozef naar Egypte moesten vluchten omdat Herodes alle pasgeboren wilde vermoorden en dat ook feitelijk heeft gedaan.

Heeft er iemand al bij stil gestaan dat dit misschien de reden is waarom de gezalfde drieëndertig jaar later het kruis verkoos boven te vluchten voor zijn leven? Omdat hij niet langer met de gedachte kon leven dat hij de oorzaak was van al die moorden tijdens zijn eerste levensdagen? Is Christus daarom gestorven, uit schuldgevoel; was hij eigenlijk helemaal niet zo onschuldig als we al te vaak aannemen? Kerstmis is daarom niet echt een dag om te lachen of om feest te vieren, of kalkoen te vreten tot we ziek kotsten van de veembessen. Kerstmis is een feest dat plaatsvond onder het gesternte van een massagenocide op de onschuld bij uitstek: het pasgeboren kind.

Kerstmis is ook dat moment in de christelijke geschiedenis geweest waar een verschil tussen de mensen onderling werd gemaakt –althans in de ogen van God. Want die laatste heeft nooit de dood van al die pasgeborene gewroken. Toen zijn zoon echter stierf liet hij aarde en hemel beven en bulderen. Welnu, het hedendaags feestgedruis is daar een democratisch antwoord: want in het hersendodend gekakel zijn we elkaars gelijke. Allemaal even onbenullig, om ter stomst lijkt het wel. Alsof we allemaal wel moreel last hebben van die tweeduizend jaar oude erfzonde en dat nu proberen kapot te zuipen, kapot te brullen, of te vergeten. Alsof we niet kunnen aanvaarden dat in het licht van het goddelijke we niets voorstellen terwijl anderen zoals het snotjong Jezus wel uitverkoren zijn? Kerstmis is omgeslagen in zijn tegendeel: we vieren niet langer de komst van de gezalfde, neen, we proberen die plechtige komst, dat uitzonderlijke feit te verdringen, want we kunnen nu eenmaal niet leven met de idee dat een ander meer is dan wij.

Binnen enkele dagen word ik 25. Nog zeven jaar en dan bereik ik de leeftijd waarop Jezus vrijwillig of al dan niet onder dwang van een onbewuste schuldneurose het leven liet. Ik kan me niet eens inbeelden hoe hij zich die dag moet hebben gevoeld. Alvast een stuk gelukkiger dan ik die maar niet kan ontsnappen aan dat verduivelde moment.

Want 25 is een leeftijd waarop je, toch in België, belastingen betaalt op een zichtrekening, je niet langer meer een goedkoop treinabonnement kan kopen, geen kindergeld meer krijgt van de overheid, het moment ook waarop je belastingen begint te betalen, je eerste vetrolletjes op je heupen en de eerst eksterpootjes aan je droge ogen krijgt, je plotseling beseft dat je je haar verliest, en dat al je vrienden denken aan kinderen en een eigen huisje, terwijl het je zelf geen kloot interesseert of het behangpapier in je kamer nu mauve dan wel beige is, want het zijn beide kutkleuren. Het is ook de leeftijd waarop je ouders, omdat je nog geen lief hebt, beginnen af te vragen of je geen homo bent, en of je eigenlijk wel in staat ben om je eigen boontjes te doppen want je hebt nog geen werk, het is ook het tijdstip waarop je beseft dat je wellicht nooit in je leven een strakke kont zult krijgen en dat je er blijvend zult uitzien als een sperzieboon na een vorstige winternacht.

Kortom: weest u zo vriendelijk om op 25 december me een gelukkige verjaardag te wensen, want ik zal het niet makkelijk hebben. En misschien wens ik u wel een gelukkige kerstfeest terug. Misschien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s