Historica Inger Schaap over haar boek Sluipmoordenaars

Joris Belgers – Inger Schaap (26) rondde anderhalf jaar geleden cum-laude de master Holocaust- en Genocide studies af. Haar afstudeerscriptie vormde de basis voor het twee weken geleden verschenen Sluipmoordenaars: de Silbertanne-moorden in Nederland 1943-1944. Het boek vertelt de niet eerder beschreven geschiedenis van de Silbertanne Aktion, een geheime operatie uitgevoerd door Nederlandse SS’ers als vergeldingsactie van verzetsaanslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Inger Schaap was gedurende haar studententijd niet alleen penningmeester van Kleio en faculteitsvereniging ALPHA en secretaris bij ASVA, ook heeft ze een tijdje als hoofdredacteur de Eindeloos boven water gehouden.


‘Ik had de luxe dat ik een contract kreeg en toen mijn scriptie kon uitbreiden. Dat is uitzonderlijk, ik weet van andere studenten die hun scriptie wilden publiceren dat ze dan zelf het geld mee moesten brengen.’

Opeens sta je met foto in alle kranten, van de Eindeloos, via De Telegraaf, tot aan de NRC.

‘Ik kan nog gewoon over straat hoor. Het boek verscheen op een donderdag, die dag stond de telefoon roodgloeiend maar op vrijdag was er geen enkel telefoontje. Dan sta je wel weer met beide benen op de grond. Het is geen Saskia Noort met een oplage van 200.000. Ik kan niet precies zeggen waar het aan ligt dat er opeens zo veel aandacht in de pers voor een geschiedenisboek was.’

Spannende kaft, spannende titel.

‘Ja, het was een beetje schipperen tussen historisch verantwoord en commercieel aantrekkelijk. De Tweede Wereldoorlog wordt eigenlijk altijd wel spannend gevonden. Maar wat vooral aanspreekt bij dit onderwerp is dat het over gewone mensen gaat, over onschuldige burgers. Dit kon iedereen overkomen. De slachtoffers werden vaak ter plekke doodgeschoten, voor de ogen van familieleden. Je kan je een voorstelling maken over hoe dat moet zijn geweest. In mijn boek beschrijf ik al die moorden en dan zie je hoe gewiekst het er aan toe ging. Ze hadden echt leugentjes en maniertjes om de slachtoffers uit hun huizen te krijgen.’

Hoe ben je daar achter gekomen? De meeste documenten erover zijn vernietigd, maar in je conclusie geef je aan dat na grondig onderzoek de 56 slachtoffers en daders op papier staan. Voelde het niet vaak als politiewerk?

‘Het was inderdaad behoorlijk wat detectivewerk. Ik voelde me een soort Sherlock Holmes. De documenten uit die tijd zijn vernietigd maar de archieven van de naoorlogse rechtspleging zijn bewaard gebleven. Dat archief heb ik gebruikt om deze moorden te onderzoeken. Toen ik erachter kwam dat er nog bijna niks over dit onderwerp geschreven was, ben ik op zoek gegaan. Ik kwam al heel gauw terecht in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging in het Nationaal Archief in Den Haag. Daar ben ik het onderzoek begonnen met de vraag naar wie nu eigenlijk de daders waren. Mijn scriptie heb ik geschreven uit het perspectief van dadergeschiedenis. Christopher Browning beschrijft in Ordinary Men hoe gewone mensen in staat zijn tot wreedheden. Volgens hem zit dat in ieder van ons zit. Als uitgangspunt gebruikte ik het Browning-Goldhagen debat.  Waren de ‘sluipmoordenaars’ gewone mannen?

Uiteindelijk kwam ik in mijn scriptie tot andere conclusies dan Lou de Jong, die in het Koninkrijk der Nederlanden over de Silbertanne-moorden schrijft. Terwijl De Jong schrijft dat de Nederlandse SS hoofdverantwoordelijke was, zag ik aanwijzingen dat het voornamelijk vanuit de SD werd aangestuurd. Toen de scriptie af was kwam ik in contact met de uitgeverij en ontstond het idee om er een boek van te maken. Ik wilde het verhaal toen uitbreiden, het meer over de slachtoffers hebben.’

‘Ik wilde voor het boek per se nabestaanden interviewen over hun ervaring en de gevolgen die deze laffe moorden hadden voor de familie. Maar het was nog niet zo gemakkelijk om hen te vinden – mensen trouwen en veranderen daarmee hun naam en verhuizen uit de plaats waar het zich destijds afspeelde. Ik begon maar gewoon wat mensen uit het telefoonboek te bellen. Maar toen ik een paar families behoorlijk had gechoqueerd besloot ik het anders aan te pakken. Ook advertenties leverden niets op. Via via wist ik de juiste personen te vinden.

Op een gegeven moment heeft een familie zelf contact met mij opgenomen, nadat in november een stukje in Trouw over mijn onderzoek had gestaan in verband met de rechtszaak tegen Heinrich Boere. Nu er zo veel aandacht voor het boek is, word ik veel benaderd door nabestaanden. Dat is erg bijzonder en ik hecht er aan wat zij van het boek vinden. Het is jammer dat ik deze nieuwe interviews niet meer kan toevoegen aan het boek. Misschien komt er ooit een herziene druk.’

Het is het eerste boek waarin alle geheime moorden van de Silbertanne Aktion bij elkaar zijn gebracht. Een belangrijk deel van je onderzoek is gebaseerd op interviews met nabestaanden van de slachtoffers. Heb je het boek voor die nabestaanden geschreven?

‘Nee, ik wilde een overzicht maken want dat was er nog niet. Maar de interviews hebben mijn onderzoek wel veranderd. Je zit tijdenlang in de archieven, leest de namen in die documenten –  bijvoorbeeld over een elfjarige dochter die toen dit en dat zei – en vervolgens ontmoet je haar dan voor een interview. Dat maakt behoorlijk veel indruk. Dan besef je pas echt waar je mee bezig bent. Tijdens de interviews merkte ik het gebrek aan erkenning voor deze slachtoffers omdat er niets over de moorden bekend was. De uitgave van mijn boek was voor kranten de aanleiding om eindelijk te berichten over deze geschiedenis. Dat ik met dit boek die erkenning heb weten te bewerkstelligen vind ik heel mooi.’

Was je niet bang dat je vast zou lopen in je onderzoek?

‘Nee, ik denk dat dat een beetje jong optimisme was. Ik dacht: ik doe het gewoon. Ik ging ervan uit dat het zou lukken. Het vertrouwen van de uitgever en de ondersteuning van anderen hebben erg geholpen. Het is wel heel anders geworden dan de scriptie, dat had ik niet voorzien. Die interviews hebben het resultaat in die zin dus wel veranderd. De bijlage van mijn scriptie is nu de kern geworden.’

Wat voor nieuws heb je ontdekt?

‘Iedere journalist die ik heb gesproken vroeg me wat nu er eigenlijk nieuw was. Als historicus is het moeilijk daar antwoord op te geven. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben alle moorden bij elkaar te brengen. Dat is dus wel echt nieuw. Voor zover ik ze heb kunnen vinden natuurlijk, want het was een geheime operatie. Het is altijd mogelijk dat er nog nieuwe informatie wordt gevonden of dat ik iets gemist heb, bijvoorbeeld omdat er nooit een zaak van is gemaakt. Maar ik heb geprobeerd het zo secuur mogelijk te doen.’

‘Ook heb ik per moord de aanleiding – de verzetsaanslag  die vergolden wordt– gezocht en dat was niet altijd makkelijk. In zo’n naoorlogse rechtszaak werd daar niet echt op ingegaan, die begint met het moment dat er opdracht voor de betreffende Silbertanne-moord werd gegeven. Gelukkig bestaan er veel lokale studies die ik kon raadplegen.  Ik heb in het boek  de verzetsaanslag aan de daaropvolgende Silbertanne-moord gekoppeld. Ook beschrijf ik wat er na de oorlog met de daders gebeurde, welke straffen ze kregen en wat zij daar tegenin brachten. Dankzij de openhartige interviews wordt duidelijk wat de gevolgen waren voor de familie. Het verhaal houdt immers niet op na de moord.’

Inger Schaap, Sluipmoordenaars: de Silbertanne-moorden in Nederland, 1943-1944, 256 pagina’s, Uitgeverij Just Publishers, €19,95. ISBN: 9789089751362

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s