Een decennium Bologna

reactie op open brief van Erasmusstudent Maarten Goethals

In het vorige nummer van Eindeloos schreef Erasmusstudent Maarten Goethals een open brief aan de decaan, José van Dijck om te laten weten tegen welke problemen uitwisselingsstudenten in Amsterdam zoal aanlopen. In dit nummer geeft de decaan antwoord.

De Faculteit der Geesteswetenschappen heeft in 2002/2003 als een van de eersten de bachelor-masterstructuur omarmd, het uniforme studiepuntensysteem (ECTS) ingevoerd en serieus werk gemaakt van het Engelstalig onderwijs. Niet alleen omdat wij de Bologna-verklaring wilden nakomen, maar omdat we serieus werk wilden maken van internationalisering. Dit jaar biedt de FGw 24 internationale masterprogramma’s, zijn er 120 buitenlandse studenten en 150 uitwisselingsstudenten en vele buitenlandse (gast)onderzoekers. Met recht mag de FGw zich een internationale faculteit noemen.

De voortvarendheid waarmee de FGw internationalisering heeft aangepakt, betekent nog niet dat dit proces zonder problemen verloopt. De brief van Maarten Goethals maakt dat pijnlijk duidelijk. Dat studenten in een buitenland tegen praktische hobbels aanlopen in het dagelijks leven, ligt voor de hand. Zij hebben het allemaal in elk buitenland lastig, ook zelfs Belgische studenten in Nederland. Elk land kent zijn eigen zeden en gewoonten die hun weerklank vinden in het dagelijks leven. Naast de typisch Amsterdamse valkuilen – zoals het kamertekort en de spreiding van UvA-gebouwen door de stad – zijn er ook nog de eigenaardigheden van een faculteit waar je als buitenlandse student tegenaan loopt, zoals het inschrijfsysteem voor vakken. Toen ik zelf als student naar de University of California (San Diego) trok, bleek het eerste semester vol met dit soort hobbels, en ik vond het een sport om via de eigenaardigheden van een universitair de ware (aardige) Amerikaanse volksaard te ontdekken.

Nu is deze ontdekkingstocht wellicht minder leuk naarmate je minder tijd als student in een land doorbrengt, en als je er slechts één semester bent, wil je gewoon niet teveel tijd kwijt zijn aan alledaagse hindernissen. Als faculteit hebben wij dan ook de plicht om buitenlandse studenten goed onderwijs aan te bieden, studenten zich welkom te laten voelen op onze faculteit en hen op te nemen in de facultaire gemeenschap. Dat wil je voor alle typen studenten, of ze nu Nederlands of  buitenlands zijn, ongeacht leeftijd, gezindheid of geaardheid. En ondanks alle inspanningen en resultaten sinds de Bologna-verklaring, zijn er zeker verbeterpunten.

Een paar knelpunten die Maarten in zijn artikel noemt, zijn niet op te lossen binnen een faculteit en kunnen niet anders dan landelijk aangepakt worden. Neem bijvoorbeeld de OV studentenkaart: alleen studenten die recht hebben op studiefinanciering hebben recht op een OV studentenkaart. Of de strenge immigratieregels, die voor een ware papierwinkel en concrete belemmeringen zorgen. De huisvesting in Amsterdam is ook zo’n punt: de UvA heeft contracten met woningcorporaties voor huisvesting van buitenlandse studenten, maar de prijzen zijn niet mis en de wet verbiedt de UvA om daar wat aan te doen. Huisvesting in Amsterdam is en blijft schaars en duur, buitenlandse studenten hebben in dit opzicht wellicht een klein streepje voor op hun Nederlandse medestudenten, die zelf voor huisvesting moeten zorgen.

Ook de extra kosten voor buitenlandse studenten vormen een belemmering voor een verdere uitwerking van Bologna. Maar juist Erasmusstudenten als Maarten hebben een voordeel boven andere uitwisselingstudenten of buitenlandse studenten vanwege de Erasmusbeurs, die is bedoeld om tegemoet te komen aan deze extra kosten. Helaas heeft Maarten daar natuurlijk niet veel aan als hij aan het eind van de maand brood met pindakaas moet eten.

Als faculteit lijkt het alsof je niet meer kunt doen dan deze onderwerpen aankaarten in landelijke overleggen, maar we doen toch meer dan dat. Daar waar er knelpunten en problemen te verwachten zijn, is het belangrijk studenten – ook al voor aankomst – eerlijk en goed te informeren. Voor dat laatste is het International Office Humanities ingericht. Uit Maartens open brief blijkt dat hij zijn weg daarheen heeft gevonden en dat hij door de medewerkers is gewaarschuwd dat hij niet verzekerd kan zijn van een plaats in een bepaald college, zeker niet bij een late aanmelding. Voor buitenlandse studenten zijn speciale plaatsen gereserveerd in Engelstalige (master)colleges, maar Maarten kwam voor bacheloronderwijs in het Nederlands. Dat maakte zijn positie dubbel lastig, maar navraag leert dat het onderwijsinstituut GARS heeft geprobeerd flexibel op zijn wensen te reageren. Nederlandse studenten krijgen overigens geen voorrang boven buitenlandse studenten in werkgroepen, zoals Maarten schrijft. Volgorde bij plaatsing verschilt per onderwijsinstituut en deze volgorde is het resultaat van de plaats die het college in het onderwijs van de specifieke student inneemt: is het een verplicht onderdeel of een keuzevak, is het een hoofdvak of een minoronderdeel?

Dit alles neemt niet weg dat Maarten een punt heeft: hoe goed we ook ons best doen, het facultair beleid voor buitenlandse studenten verdient verdere aandacht en ontwikkeling. Zo willen we graag het aanbod Engelstalig bacheloronderwijs uitbreiden, het aantal plaatsen voor uitwisselingsstudenten vergroten en de prioritering bij plaatsing nog eens extra onder de loep te nemen. Complicerende factor daarbij is dat de collegebanken al vol zitten met Nederlandse studenten en vergroting van het aanbod wordt beperkt door onze minimale financiële ruimte.

Ieder semester worden studenten gevraagd om de ISB monitor in te vullen: een enquete onder alle buitenlandse studenten over alle aspecten van studeren aan de UvA. De vragen gaan over studie, registratie, allerhande UvA services en zaken als transport, openen van bankrekening en het vinden van huisvesting. De resultaten van deze monitor én de op- en aanmerkingen van studenten zoals Maarten Goethals houden ons scherp en kunnen leiden tot concrete actiepunten en nieuw beleid.

Ik wil Maarten dan ook bedanken voor zijn kritische punten; we gaan ons uiterste best doen om verder aan zijn wensen en die van andere Erasmusstudenten tegemoet te komen, voor zover dat binnen onze macht ligt. Voor het overige hoop ik dat Maarten ons Amsterdammers toch heeft leren kennen als een aardig volkje, want we willen natuurlijk niet onderdoen voor de buitengewoon gastvrije en goedmoedige volksaard van onze zuiderburen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s