Middeleeuwse geschiedvervalsing met goud en edelstenen

Kick ging naar een N.A.G.K.S. lezing, en vond het leuk.

Kick Hommes – ‘N. A. G. K. S.’ het weblog van een zestal Amsterdamse studenten kunstgeschiedenis, organiseert deze maand een serie voorjaarslezingen. In het kader van deze reeks gaven docenten Wendelien van Welie en Jitske Jasperse op 17 februari een dubbellezing. Beide kunsthistorici betraden het vruchtbare grensgebied tussen geschiedenis en kunstgeschiedenis in hun onderzoek naar manipulatie met goud en edelstenen door de eeuwen heen.

In de lezing behandelden Van Welie-Vink en Jasperse ieder een case study van manipulatie met, en manipulatie van de geschiedenis van goud en edelstenen. Door een opvallend nadrukkelijke historische invalshoek wisten zij de -toch al vage- scheidslijn tussen de twee disciplines te overbruggen.

Nadat drie verschillende laptops niet bleken te werken, en Van Welie-Vink met vouwfiets en een blos op de wangen het Bungehuis was binnengestormd kon de lezing aanvangen. Het grote enthousiasme van de sprekers maakte meteen veel goed. De gemoedelijke sfeer tijdens de goedbezochte lezing vloeide ongetwijfeld deels voort uit het vrijblijvende karakter van de lezingenreeks, waarin docenten worden uitgenodigd te vertellen over hun ‘recente onderzoek, net gepubliceerd werk óf gewoon, heel simpel, favoriete kunstenaar’, aldus aankondiging op de website.

Dat de onderwerpkeuze van de lezing naar eigen voorkeur was straalde van de sprekers af. Wendelien van Welie-Vink sprak over de Rijkskroon van Otto I, een monumentaal kunstobject met een directe link naar zowel Karel de Grote en het Byzantijnse Rijk als de Tweede Wereldoorlog. Deze kroon was een creatie van de machtswellustige Otto I, die in 962 geen genoegen nam met zijn titel als hertog van Saksen, maar wilde regeren over een groter gebied. Om zijn pretenties kracht bij te zetten zocht Otto naar een object waarmee hij zijn macht kon legitimeren en waardoor duidelijk werd dat alleen hij de rechtmatige keizer van het Heilige Roomse Rijk kon zijn. Hij was van plan zich, geheel in de stijl van Karel de Grote een kleine twee eeuwen eerder, te laten kronen in de dom van Aken. Otto wilde echter wel een uitzonderlijke kroning, en speciaal voor hem werd en zeer speciale kroon gemaakt, de Reichskröne. Deze kroon, waarvan het ontwerp werd gebaseerd op de sierlijke hoofddeksels van de Byzantijnse vorsten, zou bekendheid krijgen door de foto’s die Amerikaanse soldaten maakten nadat zij de kroon tijdens de invasie van Duitsland in 1945 in een bunker gevonden hadden.

Jitske Jasperse sprak over Hendrik de Leeuw, in de twaalfde eeuw hertog van Saksen en Beieren, en de Welfenschat die Hendrik en zijn vrouw Mathilde na hebben gelaten. Jasperse legde een link tussen de leiders van het Nazi-regime in Duitsland in de twintigste eeuw en de middeleeuwse figuur van De Leeuw. Delen van de schat van het machtige geslacht der Welfen, bestaande uit persoonlijke bezittingen van Hendrik en Mathilde, waren eind jaren dertig via een ingewikkelde omweg in het bezit gekomen van de Duitse regering. Joseph Goebbels maakte van De Leeuw een icoon van het Duitse idealisme. Ook De Leeuw had expansie naar het Oosten nagestreefd, precies zoals de Nazi-reging wilde in hun zoektocht naar Lebensraum. Goebbels benoemde de schat van Hendrik en Mathilde tot nationaal erfgoed. Hitlers minister van Propaganda trachtte op deze manier De Leeuw min of meer tastbaar te maken voor het Duitse volk. De Welfenschat was hierbij de factor die beide tijdsperiodes verbond.

Het thema van manipulatie kwam zo in beide lezingen sterk naar voren. De beschreven kunstobjecten werden tot middel in het streven naar overheersing en de legitimering van grote personen uit de geschiedenis. Omdat de sprekers hun onderwerp in een brede historische context plaatsten, werd de lezing geschiedkundig interessanter, terwijl de kunsthistorische ondertoon nooit uit het oog werd verloren.

Van Welie-Vink was na afloop ook stellig in haar opmerking dat ‘om kunst te begrijpen deze verweven moet worden in de geschiedenis’. Zij gaf het waardevolle inzicht dat er altijd een zekere uitwisseling moet zijn tussen de kunst en de historische feiten. Niet alleen omdat kunst niet begrepen kan worden zonder context, maar ook omdat geschiedenis zelf veel beter begrepen kan worden door aandacht voor de kunsthistorische ideeën en objecten.

Zowel de Rijkskroon van Otto I als de Welfenschat van Hendrik de Leeuw hebben een niet te onderschatten invloed gehad op de loop van de geschiedenis. Waar historici deze kunstobjecten af misschien af zouden doen als bijzaken van historische gebeurtenissen, werd de middeleeuwse gedachte die achter het gebruik van deze kunstvoorwerpen zat door de twee kunsthistorici verduidelijkt en benadrukt. Het kunstobject an sich werd op de voorgrond geplaatst, wat leidde tot een verfrissende blik op historische gebeurtenissen. Zowel Wendelien van Welie-Vink als Jitske Jasperse zijn aldus prima geslaagd in hun opzet, kunstobjecten te plaatsen in historisch perspectief, zonder dat daarmee de intrinsieke waarde van de kunstobjecten volledig naar de achtergrond verdwijnt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s